Om goed te leren praten en lezen, moet je goed kunnen luisteren. Als je luistert, richt je de aandacht op een bepaald geluid. Hoe beter je dat kunt, des te meer zul je verschillen in geluiden ontdekken, bijvoorbeeld: het verschil tussen de huisbel en de telefoonbel. Logopedie helpt hierbij.

Spraakklanken zijn ook geluiden. Als je praat, maak je van spraakklanken woorden en van woorden maak je zinnen. Om goed te kunnen praten, moet je dus goed kunnen luisteren. Geheugen en concentratie spelen daarbij ook een rol.

Een kind dat niet goed kan luisteren:

  • Hoort bijvoorbeeld tap in plaats van tak, kaas in plaats van kaars, bos in plaats van bof, of mis in plaats van mes.
  • Hoort een deel van de opdracht niet.
  • Heeft moeite met het nazeggen van losse woorden en zinnen.
  • Kan een liedje niet goed zingen of een versje niet goed nazeggen.
  • Maakt fouten in dictees.
  • Laat kleine woorden weg, als: de en er.
  • Vervormt woorden, bijvoorbeeld: sinepomp voor benzinepomp of gehaaltje getellen voor verhaaltje vertellen.
  • Kan niet goed rijmen. Niet goed klanken kunnen onderscheiden heeft grote invloed op het lees- en schrijfproces.

Goed luisteren kun je oefenen. De logopedist heeft daarvoor allerlei suggesties.

(bron: Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie)

Meer weten?

Neem gerust contact met ons op via 0511–477764 of info@zintijn.nl.
We helpen je graag verder.

Zintijn locaties

Bij Zintijn kies je voor een auditproof en enthousiast team van logopedisten en coaches.

Zintijn locaties

Bij Zintijn kies je voor een auditproof en enthousiast team van logopedisten en coaches.

Menu